Samenvatting

Het boek is zo beknopt geschreven, dat het eigenlijk helemaal vol staat met conclusies. Van uitgebreide materiaal bespreking, van presentatie van onderzoeksresultaten en van subtiele afwegingen heeft U weinig last gehad. Ik vond het zelf ook wel een opluchting om zo te schrijven dat niet elk woord op het goudschaaltje gewogen moest worden. De eerste conclusie is dus dat Uw auteur er plezier aan heeft beleefd om al die dingen die hij normalerwijze in lezingen en colleges verwerkt, nu eens op te schrijven. Ik hoop dat U aan het lezen evenveel plezier beleefde.

De belangrijkste conclusie is eigenlijk dat iedereen alles al wel weet, maar dat het overzicht gauw verloren gaat en dat het dan ploeteren wordt. Vandaar dat ik de belangrijkste onderwerpen uit het vak ieder een sprekend hoofdje heb gegeven. We moeten iets weten over de rol van het individu in de massa (H1), over de motivatie tot massagedrag (H2), over soorten massa’s (H3), over het gevaar van massa’s (H4) over de sociologie van de massa (H5) over het machtsaspect (H6) de staatsrechtelijke kanten (H7) de invloed van de massa als situatie (H8) over temporele kenmerken van massaverschijnselen (H9), over de omgang met massa’s (H10) en over de grote mediabelangstelling voor het onderwerp (H11). Als U die indeling aanhoudt dan wordt het minder een warboel in de discussies. Bijvoorbeeld als U het over gevaar heeft, moet U de discussie over juridische aspecten uitstellen. Als U het over preventie heeft, moet u niet direct overschakelen op repressie.
Een tweede conclusie kan zijn dat, misschien juist omdat massa’s zo fascinerend zijn, er een grote hoeveelheid onzin over verteld wordt, vaak ook nog met veel aplomb. Het heeft naar mijn idee weinig zin als geleerden elkaar gaan zitten afkatten over al of niet vermeende verschillen in inzicht. Het is veel nuttiger in te zien dat elk verstandig mens die zich langere tijd met het verschijnsel bezighield, wel zinvolle bijdragen heeft geleverd. De nadruk op wat figuren als LeBon, Freud, of Canetti nou aan fouten hebben gemaakt is wel enigszins begrijpelijk, maar in feite niet van groot belang. Beter is het te trachten iets van hen te leren.

Een derde conclusie is dat de vraag die mensen uit de practijk altijd stellen: “Vertel me hoe ik dat aan moet pakken” wel wat erg kort door de bocht is. Met enige tegenzin heb ik toch maar een hoofdstukje over crowdmanagement ingevoegd, maar ik ben van mening dat voor mensen die zich met de practijk van evenementenorganisatie en rampenbestrijding bezighouden, de favoriete opmerking van Lewin, de vader van de Sociale Psychologie, een grote geldigheid heeft. ‘Niets is zo practisch,’ zei Lewin, ‘als een goede theorie’.